Duizenden fossielenjagers zoeken elke zomer in de VS naar de resten van dinosauriërs. Ze vinden dat ze zo de wetenschap dienen. Maar volgens professionele onderzoekers dienen ze vooral hun eigen portemonnee. Want fossielen zijn big business.

‘We rijden nu de geschiedenis in. Welkom in het Oligoceen.’ Matt Larson stuurt zijn immense pick-up truck van de verharde weg af, de Badlands in. In dat Oligoceen, zo’n 30 miljoen jaar terug, lag hier een binnenlandse zee die Noord-Amerika spleet. Wat nog rest, is een indrukwekkend labyrint van kloven en bergen. Waar het oude gesteente aan het oppervlak komt en de geschiedenis dus voor het oprapen ligt.

Larson is fossielenjager. Hij zoekt onder meer in de Badlands van South Dakota naar de resten van gewervelde dieren. Een kwestie van een scherp oog, vertelt hij: ‘Je let op de kleinste kleurverschillen in de bergen en kloofwanden. De fossielen hebben een iets andere tint dan de aarde waar ze in verstopt liggen.’ Met zijn speurdersoog vond hij resten van verschillende vroege zoogdieren, schildpadden en ook dinosauriërs. En ooit ontdekte hij een bijna gaaf skelet van een sabeltandkat toen hij niet ver van hier tegen een heuvel stond te plassen. ‘Fossielen vind je met heel veel geduld, doorzettingsvermogen en soms een beetje mazzel.’

Lees dit verhaal als PDF:

Lease een T. rex

Larson is lid van de bekendste familie van fossielenjagers. Vader Pete en oom Neal vonden in 1990 Sue, de meest complete Tyrannosaurus rex ooit. De vondst en de nasleep daarvan maakte ze direct wereldberoemd (zie ook kader: ‘Toestand om een T. rex’). Pete is van de dinosauriërs en Neal is ‘de ammonietenman’. Hij heeft een grote passie voor die uitgestorven inktvissen. Samen runnen ze hun eigen museum annex onderzoeksinstituut in het dorpje Hill City: het Black Hills Institute of Geology.

De Larsons verdienen hun geld met het verkopen van echte fossielen en afgietsels daarvan in kunststof. Vooral het modelletje ‘Stan’ doet het goed. De broers groeven deze T. rex op in 1992, vlak na Sue. Sinds die tijd verkochten ze liefst veertig levensgrote replica’s aan musea en pretparken. Stan nummer 41 staat aan het zwembad van een multimiljonair die anoniem wil blijven. De prijs per stuk is 100.000 dollar. Een Stan leasen kan ook. Dat kost 10.000 dollar per maand.

De prijs van een fossiel? Dat is het bedrag waarvoor ik bereid ben om er afstand van te doen.

De echte botten van dino Stan staan in het kleine museum naast de werkplaats. Stan is omgeven door opgezette dieren, schedels, ammonieten en fossielen uit alle perioden van de geschiedenis. Al sinds hun jeugd verzamelen de Larsons alles wat ouder is dan de mensheid. Neal is dan ook trots op de collectie die hij samen met zijn broer heeft opgebouwd. Hij vertelt honderduit, het liefst over de firsts en de records op hun naam. Zo heeft Stan de meest complete T. rex-schedel die we kennen. Is Sue het snelst uit de grond gehaald. En kostte het zes maanden om Bucky op te graven, met een prijskaartje van 40.000 dollar per week.

In totaal werkten de Larsons aan acht van de bijna vijftig T. rex-skeletten die tot nu toe zijn gevonden. Ze deden ook talloze opgravingen van minder in het oog springende dieren. Ze bewaren veel, maar niet alles. Als iets met een fossiel te verdienen is, Stan uitgezonderd, dan valt er wel met ze te praten. ‘De prijs van een fossiel? Dat is het bedrag waarvoor ik bereid ben om er afstand van te doen’, zegt Neal.

Premies jagen

Deze commerciële houding wekt irritatie bij professionele paleontologen. ‘Het zijn premiejagers’, zegt Darrin Pagnac. Hij is hoogleraar aan de South Dakota School of Mines and Technology. ‘Voor wetenschappers is een fossiel maar een klein deel van de complete vondst. De context ligt eromheen in de rotsen. Informatie over de tijd en de omstandigheden waarin de dieren leefden bijvoorbeeld. Juist die informatie gaat verloren als je niet op een verantwoorde manier opgraaft. Vergelijk het met een film. De fossielen zijn dan de acteurs, de rotsen het plot. Beide heb je nodig om een verhaal te vertellen.’

Neal is de kritiek van academici inmiddels wel gewend. De combinatie van commercie en wetenschap ligt gevoelig, zelfs in Amerika. ‘Sommige mensen zien ons als schatzoekers. Toch zijn wij vooral bezig met nieuwe kennis verzamelen. We zoeken ook naar verklaringen voor vondsten. Naar inzichten die een nieuw licht op de prehistorie werpen. Daar hoef je geen academicus voor te zijn.’

Dino’s zijn hot

Honderden fossielenjagers komen jaarlijks naar South Dakota om hun geluk te beproeven. En de laatste twee decennia zijn vooral de dinofossielen big business. De vondst van Sue en Stan heeft aan deze hausse bijgedragen. Dat deed ook het verschijnen van de film Jurassic Park (1993). Walter Stein is een van deze nieuwe lichting ‘paleo-amateurs’. Hij zegde twaalf jaar geleden zijn baan als curator op en begon met zijn themahotel Raptor’s Nest Inn in het plaatsje Belle Fourche. Het heeft tien naar dinosauriërs vernoemde kamers. ‘Volwassen dieren en jonge paleontologen welkom’, aldus de hotelbrochure. Gasten kunnen mee op fossielenjacht. Als ze niets vinden, dan kunnen ze altijd iets kopen in de winkel die tevens receptie is.

Fossielen jagen is echt geen raketwetenschap. Iedereen kan het leren.

Volgens Stein is er helemaal niets mis met de commerciële paleontologie: ‘Fossielenjagers zijn soms zelfs beter dan de academici. Het is geen raketwetenschap. Iedereen kan het. Je moet geboren zijn met veel geduld en oog voor detail.’ Steins grote droom is ooit eens zelf een volwassen Nanotyrannus te vinden. Over dat dier, dat werd gevonden in 1942, bestaat erg veel discussie. Want volgens sommige onderzoekers is het geen aparte soort, maar een T. rex-jong. Stein, glunderend: ‘Zo’n vondst zou nog eens een mooie bijdrage zijn aan de wetenschap.’

Fossielen zijn erfgoed

Het opgraven en verhandelen van fossielen is in de Verenigde Staten toegestaan. Als ze maar afkomstig zijn van privéterrein. De fossielenjagers maken daarom deals met grondbezitters. Een vast maandelijks bedrag om te mogen speuren, of een percentage van de opbrengst als ze iets vinden en verkopen. Een tamelijk waardeloos systeem, zo vindt de Nederlandse paleontoloog Anne Schulp van het Natuurhistorisch Museum Maastricht. In het ideale geval zou fossielenhandel niet bestaan. Fossielen zijn erfgoed van iedereen en niet van een privépersoon. ‘Dat amateurs zelf fossielen zoeken of meehelpen bij een opgraving vind ik prima. Maar je moet geen prijskaartje plakken op fossielen. Zodra er geld mee te verdienen is, verdwijnt de wetenschap naar de achtergrond.

Schulp pakt zijn iPhone erbij en zoekt op de veilingsite eBay naar ‘mosasaur’. Mosasauriërs zijn uitgestorven zeereptielen die leefden in het Krijt (145-65 miljoen jaar geleden). De eerste fossielen zijn in de achttiende eeuw gevonden in Maastrichtse kalksteengroeven langs de Maas. Daarom worden ze wel maashagedissen genoemd. De site staat vol met overblijfselen van het dier. ‘Real dinosaur fossil: big mosasaur tooth. 19.99 dollar’, is een van de eerste hits.

‘Meteen raak. Deze handelaar wordt niet gehinderd door enige voorkennis. De mosasaurus is helemaal geen dinosaurus, want hij leefde in het water. Je komt soms de grootste wartaal tegen.’ Even verderop in de lijst wordt 34 dollar geboden voor een complete mosasauruskaak uit Marokko, via een dealer in Tucson, Arizona. ‘Iemand gaat dan voor 34 dollar het schip in’, zegt Schulp. ‘Dat is hartstikke illgaal. En je kunt aan de foto al zien dat in de kaak verschillende tanden zijn geplakt met lijm en fijngemalen steengruis. Net alsof iemand door de afvalbak van de dierenarts is gegaan en een gebit bij elkaar heeft gegraasd.’

Schulp vindt dat wetenschappers, musea en het publiek de dupe zijn van de fossielenjagers. Publieke instellingen hebben niet altijd het budget of de mensen om veel vindplaatsen af te gaan. Ondertussen halen de premiejagers de bodem leeg. Zo verdwijnen wetenschappelijk echt interessante vondsten in privécollecties. Maar de paleo-enthousiastelingen belichten het van de andere kant. Ze zeggen de wetenschap juist te dienen door fossielen op te graven. Als wind en regen er vat op krijgen, dan eroderen ze weg. En dan zijn ze voorgoed verloren. Het enige wat musea moeten doen, is de marktprijs betalen. Maar daar beginnen de meeste musea niet aan, zegt Schulp. ‘Sommige fossielen zou ik dolgraag in de collectie hebben. Maar we doen geen zaken met handelaars. Je kunt beter principieel zijn en de nullijn hanteren. Het museum verkoopt zelf ook geen fossiel, ook al hebben we er daar duizend van in de collectie.’

Oogst valt tegen
Drie uur ’s middags. De zon staat hoog boven Cuny Table in de Badlands. Het is stikheet, de grond is kurkdroog. Vier uur speuren heeft niet meer dan de kaak van een oreodont opgeleverd. Dit dier leefde hier zo’n dertig miljoen jaar geleden, lang na de dino’s, in grote kuddes. Het had kenmerken van een varken en van een kameel. Met het formaat van een schaap. Geen echt spectaculaire vondst. Maar Matt kan het ook niet laten liggen. Hij pakt dus zijn Zwitserse bajonet en begint de aarde rond de kaak weg te steken. Wanneer de kiezen bijna helemaal aan de oppervlakte liggen, gaat Larson verder met een zakmes en uiteindelijk met een hele reeks kwastjes. Het fossiel ligt in tweeën. Maar een paar druppels lijm houden de delen voor nu bij elkaar.

Hij laat de kaak in een plastic zak glijden, staat op en vervolgt zijn pad. De rest van de dag lijkt Larson een verdwaalde wandelaar. Links en rechts zwalkend. Misschien hier? Nee. Toch daar nog even kijken. Het leidt tot niets. Een schamele kaak van een doorsnee dier. Daar moet hij het mee doen. Hij start de pick-up en rijdt terug naar het jaar 2009. Tegen de avond komt hij bij het Black Hills Institute. Daar zit zijn neef met een tanden- stoker in de kieren van een fossiel te peuteren. Een medewerkster stoft het skelet van een dino af. Twee mannen zijn in de weer met mallen van siliconen. Zij werken aan Stan nummer 42.

Fossil Freeway
De Amerikaanse staten North en South Dakota, Nebraska, Colorado en Montana worden samen ook wel de ‘Fossil Freeway’ genoemd. In de grond ligt een collectie fossielen van 220 miljoen jaar geleden tot nu. Van grote katten en kamelen tot soorten die lang geleden al uitstierven. Inclusief dinosauriërs.

Dino wordt fossiel
Het tijdperk van de dinosauriërs begon grofweg 225 miljoen jaar geleden. De dieren leefden in de perioden Trias, Jura en Krijt. Die laatste eindigde 65 miljoen jaar geleden, waarschijnlijk met een meteorietinslag. Noord-Amerika was toen een moerassig land met kronkelige rivieren. Dat zijn de ideale voorwaarden voor het ontstaan van fossielen. Soms bedekten afzettingen van zand en slib dode dinosaurussen. Door de mineralen in het grondwater en door de hoge druk van de aangespoelde grond bleven de dinobotten goed behouden.

Echt of nep?
Zijn de dinosauriërs die je tegenkomt in een museum echt of nep? Meestal nep. Het zijn kunststof afgietsels van werkelijke vondsten uit de hele wereld. Ze worden gebruikt om te laten zien hoe een dier eruit heeft gezien. Het wordt meestal vermeld als het dier in kwestie een replica is. Dat geldt ook voor de mosasaurus in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. Een indrukwekkend bouw- pakket van nep-botten. Eronder liggen de paar échte fossielen die in de regio gevonden zijn. Volgens paleontoloog Anne Schulp komen de mensen uiteindelijk voor the real thing. ‘In een museum willen ze echte vondsten zien. Je gaat toch ook niet naar het het museum voor een inkjetafdruk van de Mona Lisa?’

Toestand om een T. rex
Het verhaal van de T. rex Sue heeft de gemoederen in de staat South Dakota lang beziggehouden. Sue Hendrickson vond het skelet in 1990. Ze was op een afgraving in het Cheyenne River reservaat met Pete Larson. Hij betaalde Maurice Williams, de landeigenaar, 5000 dollar. Larson haalde met collega’s van het Black Hills Institute de T. rex uit de grond. Sue bleek met haar 219 botten de meest complete T. rex ooit gevonden. Toen begon de ellende. Williams maakte aanspraak op Sue. Hij zei dat de 5000 dollar slechts een aanbetaling was om te mogen graven. Hij was ook lid van de Sioux. Die indianen- stam zei dat de grond historisch gezien van hen was en legde dus ook een claim op Sue. De overheid had het indianenreservaat in beheer. En ook Uncle Sam maakte daarom aanspraak op de T. rex. In 1992 werd het Black Hills Institute bestormd door de FBI. Het fossiel werd opgeslagen bij de South Dakota School of Mines and Techno- logy. Na een slepende rechtszaak tussen deze 4 partijen kreeg Williams in 1995 gelijk. Hij liet het skelet veilen. Het bracht 8 miljoen dollar op. Meer dan ooit voor een fossiel was betaald. Onder meer McDonald’s, Walt Disney en het Field Museum in Chicago legden het geld bij elkaar. Sinds 2000 is Sue te zien in het Field Museum in Chicago.


Quest, 2009