Van kort in de krant naar een verhaal van 100.000 woorden

In 1999 stonden mijn eerste stukjes in de krant. Vierhonderd woorden en ‘oprolbaar’ geschreven, zodat er in de opmaak nog een kwart vanaf kon. Als ik geluk had – en dat heb ik vaak gehad – was er ruimte in de weekendbijlage. Duizend woorden voor een artikel! Zo werd ik van journalist steeds meer schrijver. Ik vluchtte weg uit de waan van de dag en ging op zoek naar verhalen met een spanningsboog.

Nu schrijf ik tijdschriftverhalen. En om de woordenhonger écht te stillen, boeken. Mijn onderwerpen liggen op het snijvlak van wetenschap, techniek en avontuur. Zo schreef ik bijvoorbeeld veel over ruimtevaart en de krijgsmacht.

Drie keer vroeg ik kinderen om mee te werken aan een boek. Kinderen zijn nieuwsgierig en onbevangen. Prima journalisten, dat zie je meteen als ze hun allergrootste held interviewen. Of als ze vragen verzinnen over ruimtevaart of natuur, wetenschap en techniek.

Voor sommige boeken leer ik iemand door en door kennen. Astronaut André Kuipers en oud-Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm bijvoorbeeld. Ze vertelden mooie, persoonlijke verhalen die ik optekende in een biografie.

Op dit moment werk ik aan mijn tiende boek. Een verhaal over de Nederlandse ‘beroepsavonturier’ Marc Cornelissen, die in 2015 verongelukte in het noordpoolgebied. Mijn boek over zijn leven en werk verschijnt in 2018 bij Uitgeverij Atlas / Contact.